De l’eau

29 maart 2011, 16:27 u.

wa'ter, o. (-s, -en), 1. de meest algemene, over de gehele aarde verbreide vloeistof die, als zij zuiver is, geen kleur, reuk of smaak heeft en welker moleculen uit 2 atomen waterstof en 1 atoom zuurstof bestaan (H2O) fris, helder, klaar water; water uit de bron, de pomp, de zee; een emmer, een glas, een druppel water; water om te drinken, te koken, te wassen; zuiver, gedestilleerd water; – hard water

Dit is de definitie die onze Dikke van Dale geeft van water. Ik vind dit al prachtig, maar heb er zelf nog zo veel meer definities en associaties bij. Ten eerste kan je er op drijven of varen, je kan er in verdrinken of verslikken. Water zal altijd zijn weg naar beneden vinden. En als het ergens vastloopt verzamelt en vestigt het zich. De kringloop van het water beïnvloedt alles, het water komt werkelijk overal: in de lucht, onder de grond, in bomen en andere levende dingen. Water is oersterk, kijk maar naar de kusten. Een druppel water kan al schade aanrichten, zowel fysiek als psychisch.

Wat is er nou fantastischer dan de zee. Een enorme massa water, oneindig, verder dan wij kunnen zien, veel verder. En wat een leven! Zelfs op plekken waar geen zon bestaat, want zo dik is water. Het is zo dik en zo zwaar dat mensen niet heel diep in het water kunnen zonder een speciale bescherming. Het is zo dik en zo zwaar dat mensen op een gegeven moment helemaal niet meer dieper kunnen, ook niet met bescherming. Dan verpletterd het water alles, behalve de wezens die daar leven. Hoe kan dat, als mensen voor het grootste deel zelf uit water bestaan?

Water is onze maatstaf. De liter, die precies een kilo weegt als het van water is. De graden Celcius, waar het water bevroren is onder het nulpunt en kookt boven het honderdpunt.
Water komt uit onze kranen en douches. Het komt ook uit de lucht, en uit de grond. Het zit ín de lucht. Gelukkig worden we daar niet de hele tijd drijfnat van. Maar toch gek, dat wij de zuurstof uit de lucht kunnen halen, maar niet uit het water. Dat zou ik wel willen, onderwater kunnen ademen en er zo lang blijven als ik wil. Maar het verstikkende is ook weer zo kenmerkend aan water. Ik heb jaren in en onder het water geleefd, maar heb nooit echt geleerd hoe je er moet ademen.

Kronkels

25 maart 2011, 23:11 u.

Het is prachtig, heerlijk weer en het is tentamenweek. Als het waar is dat je 300kcal per uur verbrandt met intensief lezen moet ik deze week kilo's zijn afgevallen. In een poging mijn gedachten duidelijk te maken zal ik ze opschrijven in combinatie met de stukken tekst die erbij horen. Of andersom. Uiteraard heb ik de leukste stukjes geselecteerd.

Op het moment lees ik Kierkegaard, De Ziekte tot de Dood.
De mens is geest. Maar wat is geest? Geest is het zelf. Maar wat is het zelf? Het zelf is een verhouding die zich verhoudt tot zichzelf, het is in de verhouding het feit dat de verhouding zich tot zichzelf verhoudt. Het zelf is de verhouding niet, maar het feit dat de verhouding zich tot zichzelf verhoudt.
Goed, tot zover te begrijpen: het zelf is de verhouding die zich tot de verhouding verhoudt. Geloof ik.
In de verhouding tussen twee is de verhouding zelf de derde als negatieve eenheid, en de twee verhouden zich tot de verhouding, en verhouden zich binnen de verhouding tot de verhouding.Zo is onder de bepaling ziel de verhouding tussen ziel en lichaam een verhouding.

Om iets begrijpelijker te maken waarom ik op dit punt even afhaak, afgezien van het late uur, hier een stukje Hegel, uit zijn Fenomenologie van de Geest.
Hiermee gebeurt voor het bewustzijn dat datgene, dat vroeger voor het bewustzijn het
opzichzelf was, niet opzichzelf is, ofwel dat het slechts voor het bewustzijn opzichzelf was. Doordat het bewustzijn dus bij zijn voorwerp zijn weten niet in overeenstemming daarmee vindt, houdt het voorwerp het zelf ook niet vol; ofwel de maatstaf van de toetsing wordt anders, wanneer datgene waarvan hij de maatstaf zou zijn, in de toetsing niet bestaat; en de toetsing is niet alleen een toetsing van het weten, maar ook van de maatstaf der toetsing.
Naar mijn gevoel wurmt Hegel zich hier in een hele nare kronkel. Om toch antwoord op de vraag van mijn tentamen te kunnen geven (want ja, helaas, die had betrekking op o.a. dit stuk tekst) heb ik de tekst als het ware geherformuleerd. Nu maar hopen dat ik dat op een goede manier heb gedaan.

Heel fijn was het om Adorno (Lectures on Negative Dialectics) te combineren met Hegel in het tentamen, bedankt daarvoor, tentamenschrijvers. Het stuk wat ook al, helaas, essentieel was voor mijn antwoord op de vraag was het volgende.
Now you may well say, this discrepancy is not necessarily a contradiction. But I believe that it offers us a first insight into the necessity of dialectal thinking. Any such predicative judgement that A is B, that A = B, contains a highly emphatic claim. It is implied, firstly, that A and B are truly identical. Their non-identity not only does not become manifest; if it does manifest itself, then according to the traditional rules of logic, predicative logic, that identity is disputed. Or else we say: the proposition A = B is self-contradictory because our experience and our perception tell us that A is not B. Thus because the forms of our logic practise this coercion on identity, whatever resists this coercion necessarily assumes the character of a contradiction.
Wat ik heb gedaan om dit op te lossen was het bovenste citaat als citaat in mijn tentamen te plakken en er op een interessante manier bij vertellen dat daar het antwoord ergens in te vinden moet zijn.

Nu heb ik er al een paar uur opzitten en ben ik een beetje doodgegaan vanbinnen, natuurlijk is het allemal reteinteressant en leer ik superveel. Ook al begrijp ik nog steeds niet hoe we volgens Hegel nou wat wel en niet kunnen kennen en helpt de kritiek van Adorno daarop daar ook niet bij, het is toch wel leuk. Ergens. Het liefst wil ik toch nog een poging doen de tekst van Kierkegaard verder te lezen, dus dat ga ik nu doen.
Adieu.

Het jubileum en de neus

10 maart 2011, 23:17 u.

Het is alweer een tijdje geleden sinds mijn laatste bericht. Maar dan heb ik ook eindelijk wat te vertellen! Om te beginnen was het een paar dagen geleden de zevende dag van maart, en precies een jaar geleden dat Jurre en ik officieel "verkirring" kregen. We hadden al eerder bedacht dat we dat wel wilden vieren met iets bijzonders. We kwamen zo op het idee om twee hangers te laten maken in de vorm van een apostrof, zoals ". De betekenis (die ik waarschijnlijk al aan iedereen heb uitgelegd die dit leest) komt van de aanhalingstekens die je voor het gemak opschrijft wanneer je voor de tweede keer een zin opschrijft. Zoals, en dan gebruik ik het typische Jurre-voorbeeld:

Je moeder is een vrouw.
            "                 man.

En omdat wij graag hetzelfde tegen elkaar willen zeggen in sms'jes gebruiken we dit vaak. Vandaar het idee om er een sieraad van te laten maken. Dus wij naar Lyppens in Amsterdam met een ontwerpje. Supergoeie juwelier, maar ook behoorlijk duur. Als we echt een soort druppel ervan wilden maken zou het gegoten moeten worden en zo'n tweehonderdachtien euro per hanger kwijt zijn. Vonden wij net iets te veel. Gewoon gezaagd en geslepe Hangers1 n uit een zilveren plaat zou ongeveer honderd euro goedkoper zijn. Dat hadden we er wel voor over, maar we gingen toch nog even langs in Laren bij van Sprang. Daar waren ze zo'n vijfendertig euro per hanger. Vonden wij de moeite wel waard. Plus dat we ze dan een week later al konden ophalen, nog vóór ons jubileum. Dus vier maart, de vrijdag voor maandag de zevende hadden wij onze prachtstukjes.  (klik op de foto voor een pop-up) Gelukkig zijn ze precies geworden zoals we ons hadden voorgesteld.

Zeven maart zelf zijn we uit eten gegaan in restaurant Open, op vijf minuten lopen afstand vanaf mijn huis in Amsterdam. Best sjiek, gebouwd in een oude spoorbrug boven het water. We hadden een deal voor €38,- van Groupon voor een drie-gangenmenu voor twee personen (i.p.v. €79,-). Heerlijk gegeten, lekker lang getafeld en genoten van het sjiekheidsgehalte. Jammer dat het normaal gesproken een beetje te duur is, anders zou ik het echt vaker doen!

Ook ga ik ons tweede jaar in met meer ruimte in mijn hoofd. Nee, dit is niet cryptisch bedoeld, ik heb gisteren een neusschelpverkleining gehad. Omdat ik bijna permanent last heb van een verstopte neus, allergisch ben voor stof en mijn neusslijmvliezen in de holtes van mijn hoofd gigantisch waren, kon ik deze laten verkleinen door middel van een operatietje. Dat is gisteren gedaan in het ziekenhuis van Hilversum. Om acht uur 's ochtends moest ik me melden op afdeling D2 Kort Verblijf. Ik kreeg  bed zes toegewezen in kamer 211 die ik deelde met vijf andere bedden waarvan vier leeg waren. Om half negen werd ik al geroepen het coole blauwe ziekenhuis open rug ding kledingstuk aan te doen omdat er een OK klaar was. Ik werd weggereden in dat bed, wat al raar was op zich, en kwam in een kamer terecht waar ik eerst een infuus en een badmuts kreeg. Daarna de OK in, waar ik op een heel smal bedje moest liggen en vrijwel meteen een slaapmiddel toegediend kreeg. Binnen een paar seconden was ik weg, wat achteraf heel raar was, omdat ik geen laatste herinnering heb aan die kamer. Mijn geheugen lijkt gewoon te stoppen, maar ik weet niet precies waar. In elk geval, gelukkig werd ik weer wakker na ongeveer twintig minuten op de uitslaapzaal te hebben gelegen. De wereld was heel leuk op dat moment, en ik stond op het punt om te vragen of ik nog een keer onder narcose mocht. Iedereen was zo aardig! Maar toen vroeg de dokter eerst iets aan me, en dat was of ik me goed voelde. Ja hoor, ik vond het allemaal wel grappig. Alleen kon ik niet slikken. Even later, toen de wereld al een stuk minder grappig meer was, werd me verteld dat het verdovingsmiddel voor mijn neus cocaïne was en dat er Ziekenhuis infuus waarschijnlijk een beetje in mijn keel terecht was gekomen waardoor die verdooft was. De eerste keer high duurde voor mij dus maar tien minuten maar was wel leuk. Daarna was minder leuk, na ongeveer een uur op de zaal te hebben gelegen (en twee belletjes naar de afdeling omdat ze me vergeten waren op te halen) mocht ik terug. Mijn keel voelde ik weer. Hij was ruw van het beademingsbuisje (ik wist helemaal niet dat ik geïntubeerd ging worden) en van het ademen door mijn mond. Om de slijmvliezen te verkleinen zijn ze met een of ander instrument door mijn neus gegaan en hebben ze de zooi weggebrand. Dat geeft nogal een troep dus moest ik 24 uur enorme tampons in mijn neus hebben waardoor ik alleen door m'n mond kon ademen. En dat is kut! Ziekenhuis5
Terug op de slaapzaal lukte het niet echt te slapen, want telkens als ik wegdommelde verslapte mijn tong en blokkeerde mijn keel waardoor ik weer wakker werd omdat er geen lucht doorheen kwam. Retevervelend.
Om drie uur (pas) begon het eerste bezoekuur, en mijn lief zorgde er natuurlijk voor dat hij geen seconde later was. Dus had ik heerlijke bonbons (die ik vandaag heb opgegeten omdat ik ze niet kon proeven) en een hele lieve kaart die mijn ziekenhuisnachtkastje compleet maakten. Het tweede bezoekuur, om half zeven werd gebruikt door ouders + zusje, wat ook heel fijn was. Wat kijk je als patiënt uit naar je bezoekers! De rest van de avond heb ik een beetjes suffend doorgebracht. Ik kreeg om de paar uur wel wat paracetamollen naar binnen gegoten maar verder werd er niet veel gecontroleerd. Het avondeten, om vijf uur al, bestond uit brood. En ik was al nuchter vanaf middernacht! Anyway, slapen lukte de hele nacht niet (om dezelfde reden waarom het overdag niet lukte). Om kwart over zeven 's ochtends, een eeuwigheid later, kwam er ontbijt en om half acht werd ik in ee rolstoel naar de KNO poli gereden in een rolstoel om die tampons uit mijn neus te halen. De arts-assistente van de operatie zette me in een andere stoel en heeft ze eruit getrokken. Toen zag ik pas dat ze langer waren dan mijn middelvingers (en even dik)! Ze maakte mijn gezicht een beetje schoon en het volgende wat ik weet is dat ik weer bijkwam. De assistende zei tegen de verpleegster van D2 dat ik "even was flauwgevallen, maar nu weer bijkwam". Huh? Oh vandaar dat alles zwart was. Het duurde nog een kwartier voor ik alles weer kon zien en de misselijkheid weg was. Het blijft een beetje vaag waarom dat nou gebeurde maar het schijnt vaker te gebeuren. De laatste keer dat ik flauwviel was in groep acht, maar ik kan me niet herinneren dat het zó naar was! Gelukkig was mij neus prima, nog ietwat dik, maar hij bloedde niet meer.
Nu ben ik gelukkig weer thuis en voel me wel okay, alleen nogal moe. Dus ik ga nu snel slapen.

Two beating hearts

9 februari 2011, 22:35 u.

Ik ben twee teksten van Hegel aan het printen. Er is eindelijk weer nieuw printpapier, het vorige semester was ik gedwongen om de helft van mijn teksten op de blanco zijde van oude logicaoefeningen en Aristoteles' Anima te printen voor het tentamen ethiek. Nu heb ik weer mooie witte velletjes die aan beide kanten bedrukbaar zijn. Is dat eigenlijk wel een woord?
Hoe dan ook, de printer heeft inmiddels zijn werk gedaan en de twee negen-pagina's-lange teksten met microscopisch kleine lettertjes in raar oud Engels (waar de "s" vaak wordt vervangen voor een "f" als in philofophers, of fenfe) liggen op me te wachten. Met een gele markeerstift zal ik ze dapper te lijf gaan, terwijl mijn hoop om er zonder kleerscheuren en met een frisse schedelinhoud weer uit te komen nihil is.
Na mijn herkansing predikatenlogica, waar ik jullie de vorige keer mee heb lastiggevallen en ik uiteindelijk een 7,4 voor heb weten te behalen, is het tweede semester al weer anderhalve week geleden begonnen. Meteen in de eerste week kregen we al weer stapels teksten en opdrachten mee naar huis. Mijn goede voornemen om dit semester meer colleges te volgen heb ik tot nu toe aardig waargemaakt. Alleen het teksten lezen gaat nu dus weer beginnen.. Maar ik zal me ertoe zetten! Gelukkig ben ik van de vroege negen-uur-'s ochtendscolleges af, daarvan is er nog maar één resterend en dat is op de vrijdagochtend. En die is toch niet belangrijk. Dus.

Het avondcollege dat een paar uur geleden is afgelopen was niet heel boeiend. Het was zelfs zo onboeiend dat een jongen schuin voor mij zijn kauwgom uit zijn mond haalde, het uitgebreid rondom het roerstokje van zijn papierenbekercappuccino boetseerde en er vervolgens een vlaggetje van maakte met een ezelskop erop. Ik heb geprobeerd er niet naar te kijken maar dat was lastig. Het meisje dat naast hem zat keek ook gefscineerd toe en zwiepte om de zoveel minuten haar haren over mijn aantekeningen. Met lang haar is dat ook niet zo heel moeilijk hoor, in die smalle banken. Een laptop in de collegezaal kan het scherm alleen in een hoek van negentig graden hebben omdat de rug van de student voor je er tegenaan leunt.
Ik ben maar gaan tekenen in de hoop het verhaal van de docent beter te kunnen volgen. Aantekeningen maken was niet echt nodig, de slide van zijn PowerPoint stond al een kwartier op "Karl Marx (1818 – 1883)". Wat hij nog over hem heeft willen vertellen kwam pas aan bod tijdens de slide van "Auguste Comte (1798 – 1857)" die verder ook leeg bleef. Toen de tijd om was jaste de docent er nog snel een slide doorheen die we alleen nog maar snel konden overpennen voor er opgestaan moest worden om alle medestudenten uit hun bankjes te laten (ik zat aan het uiteinde, wat betekent dat je in de pauze als eerste eruit moet en er als laatste weer in). En nu liggen nog steeds die teksten op mij te wachten.

Het begin van

17 januari 2011, 23:09 u.

Het was begin 2011. Op het dak van een flat in Amsterdam hadden tientallen mensen het nieuwe jaar ingeluid met veel drank. De oliebollen die beneden in de schalen lagen hadden een vage biersmaak en waren hard.
Om er tussenuit te gaan was er een paar dagen later een reisje voor twee geboekt naar Praag, met overnachtingen in een hostel. De kamer deelden ze met vijf vreemde jongens, wat toch een beetje naar aanvoelde. De eerste nacht werd er weinig geslapen vanwege de spanning. Maar de daarop volgende drie dagen waren heerlijk en zonder zorgen. De vlucht terug  was dat ook nog, daarna begon de stress weer. Na het inleveren van het thuistentamen volgden een paar rustige dagen. De sneeuw was eindelijk weg wat het lopen op straat een stuk makkelijker maakte.
De vorm van je gezicht bepaalt hoe de tranen stromen.
Om het huis in Amsterdam weer te bezoeken was een opluchting, al was het maar om de volle tas kleren te kunnen wassen en in een groot bed te slapen. Alleen is het  missende gerammel van een rennend diertje in haar ratje een soort vacuümplek van geluid naast het kastje met dvd's.
Hoewel de thermostaat 22 graden Celcius aangeeft bibber ik en zijn mijn handen ijskoud, maar dat zal wel van het typen komen.
Geert is er niet best aan toe. De vleesetende plant, de enige plant in huis, droogt langzaam uit. En dat terwijl hij zo veel water krijgt. De trompetbekerplant, ook wel Sarracenia, is dan ook lastig in leven te houden.
Op het aanrecht liggen een paar opmerkelijke dingen. Naast de gewone apparaten, een tosti-ijzer, Senseo-apparaat en een paar bananen, staat er een platenspeler op. De stekker hangt naar de grond gericht en de krant van gisteren ligt er op. Die krant is nog niet gelezen. Naast de speler staat een schaal met van alles en nog wat erin.
Muziek gaat door merg en been en hart en ziel.

Nonsens

2 januari 2011, 18:44 u.

Wie dit leest
□ verveelt zich
□ heeft goede ogen
□ wens ik een gelukkig nieuwjaar
□ is gek
(kruis aan wat van toepassing is, meerdere keuzes mogelijk)

Zo, dan hebben we dat in elk geval gehad. 2011 is het nu dus. Dus. Ik stond op het dak van de Weesperflat toen het vuurwerk losbrak, al een uur met een fles wijn waar ik niks van moest hebben. Een paar Engelse feestgangers schreeuwden hun longen uit hun lijf elke keer toen er een vuurpijl de lucht in werd geschoten. Het was bomvol, maar wel erg leuk. En nu zit ik weer thuis in Huizen, ook wel het ouderlijk huis. Ik zit hier mijn tentamen te maken, want over een paar dagen ga ik naar Praag en als ik terugkom moet dat zo'n beetje bijna af zijn.
Het was een beetje een raar dagje. Een zondag waarop ik mijn wekker zette zodat ik genoeg tijd zou hebben voor het thuistentamen, moeder aan het werk, vader tosti's aan het bakken en scheldend op de vogels in de tuin, "vuile kutpimpelmees, vieze stinkmerel". Ach ja. Cato rolt d'r bed om een uur of half 2 uit, niet veel later komt moeders terug van het werk. En ik heb alles gadegeslagen vanuit hetzefde hoekje, vanachter een laptopscherm waarop dan weer een filosofische tekst te zien is, dan weer facebook en dan weer de Sims 2. Op dit moment knaagt Herman op een brokje eten ergens in mijn vest, die hij niet had toen ik hem uit haar kooi haalde. Oja, hamsters hebben wangen met zakken. Ze ziet er wel tevreden uit daar tussen de plooien van wol. Er is een voetbalreclame op tv en vanuit de keuken komt een pruttelend geluid. Herman kietelt me door langs mijn zij omhoog te klimmen en ik moet eigenlijk verder aan het tentamen. Dag!

Winter Wonderland

17 december 2010, 23:09 u.

Jongens jongens, wat een sneeuw. De Westerdoksdijk was de hele dag een file en de NS was natuurlijk massaal ontspoord. Uiteindelijk hebben Jurre en ik een trein kunnen pakken op CS na uren ingesneeuwd thuis te hebben gezeten in Amsterdam. Toen we het er uiteindelijk weer op waagden en naar het station liepen kwam de enorme Queen Victoria (voor de tweede keer) voorbij, dit keer ging ze de andere kant op (voor de ene kant, zie foto's op facebook of flickr). Wat was ze mooi! En groot!
Toen we voor het zebrapad stonden te wachten bij uitgang Noord liep een raar mannetje doodleuk de weg op, terwijl de auto's nog groen licht hadden. Er werd getoeterd en geroepen vanaf de kant, maar zijn reactie was slechts  "Ahjoh, 's toch Amsterdam, schijt hebben aan alles? Daarvoor zijn we hier toch?". Briljant.

Op het station zelf waren de stemmingen wisselend. Eén trein had denk ik errug veel vertraging aan de hoofden van de uitstappende passasiergs te zien, maar gelukkig waren er ook mensen met een beter humeur. Toen wij eindelijk de goede trein naar Amersfoort hadden gevonden deelde de machinist iets te vrolijk mede datwe inderdaad in de stoptrein naar Amersfoort zaten. Iedereen begon spontaan te klappen van deze vrolijke vent.
Iemand die op dat moment de coupé binnen kwam lopen stootte zijn hoofd en zijn vriend vroeg geschrokken: "Was dat je hoofd?!". De gewonde antwoordt met: "Ja, maar daar zit niks in dus dat kan geen kwaad".

Lang leve het goede humeur.

Tractatus

6.4311        Wenn man unter Ewigkeit nicht unendliche Zeitdauer, sondern Unzeitlichkeit versteht, dann lebt der ewig, der in der Gegenwart lebt.
        – Wittgenstein

Front / back

15 december 2010, 15:04 u.

Wat mij altijd enorm kan boeien – waar ik ook ben – zijn de achterkanten van mensen. Maar dan vooral die mensen waar je lang achter fietst, loopt, staat, zit, zodat je goed te tijd hebt ze te bestuderen. Wanneer je op de fiets zit en iemand voor je fietst met dezelfde snelheid zodat je niet hoeft in te halen. Of in de rij ergens, voor een kassa. En natuurlijk heb je dan de verkeerde rij uitgekozen (het is wetenschappelijk bewezen dat mensen altijd in de verkeerde gaan staan als ze de keuze hebben. Dan vraag je je ook af wie de mensen in de goede rijen dan zijn, aliens?). Achterkanten zijn intrigerend. Ze hebben een soort van gezicht, een identiteit. Vooral als je niet weet hoe de voorkant eruit ziet, dan kan de achterkant net een persoon op zich zijn, al helemaal wanneer de voorkant er niet bij past. Als ik achterin een collegezaal zit heb ik uitzicht op tientallen achterhoofden. En het is dan best lastig om iemand te vinden! Maar toch zijn achterkanten heel herkenbaar. Ze kunnen ook zo mooi zijn, en zodra iemand zich dan omdraait kan het helemaal weg zijn. Misschien is het ook wel een beetje de mystiek. Toch blijft het raar wanneer iemand niet bij zijn of haar achterkant past. Een achterkant blijft zo gescheiden van de rest, de kleren en het haar blijven anders dan het gezicht. De voorkant hoort vaak bij het gezicht, omdat je die twee tegelijk ziet.
Achterkanten zijn zo anders dan voorkanten, ze verraden geen uitdrukkingen, maar dragen wel een typetje in zich. Meisjes met hoge staarten en dikke sjaals, mannen met petjes, vrouwen met rood geverft kort haar. Vooral die eerste twee groepen hebben vaak veel verschillende gezichten (van voor), maar die roodharige vrouwen hebben echt vaak hetzelfde hoofd. Gezichten bestuderen is trouwens ook heel leuk, maar die kans heb je minder vaak omdat mensen het meestal niet prettig vinden om aangestaard te worden.
Maar terug naar de acherkanten. Ik vind ze geweldig en vind ook dat ze meer aandacht verdienen. Wie kijkt er nou elke morgen met een andere spiegel in de spiegel naar zijn of haar eigen achterkant? Ik ook ook niet trouwens, maar toch is je achterkant belangrijk. Of misschien ben ik wel de enige die er zo veel naar kijkt.